vrijdag 23 november 2012

liefde


Al bijna twaalf dagen lang leef ik, met een steen in mijn maag, mee met een boel verschillende mensen die allemaal op hun eigen manier dicht bij ons staan. Dichtbij Meis en Boas, dichtbij één van ons, of simpelweg dichtbij ons allemaal. Wat zeg je als geen enkel woord in de buurt komt van wat je zeggen wil, laat staan wil wensen? Ik spreek in raadselen, vouw in de nabije toekomst duizend kraanvogels en heb een hoofd vol spinsels. Terwijl ik in de soep roer die ik brengen wil. 

Het leven kan teer zijn en staat bol van geluk. Wel is het handig om dat bewust te zien, realiseerde ik mij met een klap. Licht en lucht wil ik geven. Liefde en plezier. Warmte en kracht. En nog meer liefde. Man. Zoveel liefde, ik loop ervan over en probeer het zo goed mogelijk over te brengen zonder de ander te smoren. Ook letterlijk is dat soms het gevaar.

Als ik iets geleerd heb van deze schok, is dat moed geen grenzen kent. Dat krachtig zijn een keuze is. En dat liefde altijd altijd altijd de kern is van alles. Voor mij. En dat geeft mij vertrouwen. En de moed en kracht om er op de juiste manier te zijn voor mensen voor wie ik er graag wil zijn.

Al is het maar als soepmaker. Of vogelvouwer. 



donderdag 13 september 2012

schaamteloos


Ontspannen en genieten, weet je nog? Achterlijk moeilijk, als je het mij vraagt. En dan heb ik het niet over spinnenwebben en bakfietsen, nee, ik heb het over paniekaanvallen, niet meer normaal kunnen praten terwijl je voor een klas staat en met angstzweet op je voorhoofd een hele school doorrennen omdat je je map waar ALLES in zit plotseling kwijt blijkt te zijn. En er een klas met 24 uitzinnige kinderen onderwijl je naam scandeert over het plein.

Kwijt. Woorden, planning, controle, rust. Helemaal weg. Kan iemand even voor mij ademhalen?

En zo kwam het dat ik op een woensdag in de derde week dat ik werkte, pislink en snikkend aan de boezem gedrukt zat van een lieve collega die zei dat het echt allemaal goed kwam. En ik geloofde er geen ruk van.

Ik wil te veel. En hoewel ik dat echt heel goed weet en reikhalzend uitkijk naar een tijd waarin controle en perfectionisme woorden zijn die mij niet eens een wenkbrauw laten optrekken, trek ik momenteel vooral mijn wenkbrauwen op om mijn ogen open te houden. Want moe ben ik inmiddels wel. Ik ben tenslotte alweer drie weken aan het werk. De mislukkeling.

Boas gaf er ook de brui aan. Dat wil zeggen, die vond het slapen wat hij aan het eind van de vakantie zo zorgeloos deed ineens wel weer welletjes en sloeg regelmatig hier en daar een nachtje over. En dat was mijn schuld, want ik was gespannen en hij had daar last van. Fijne moeder.  

Het huis was een puinhoop. Ik brandde mijn arm aan de pan terwijl ik Meis alsmaar waarschuw voor hete pannen, ik lazerde dagelijks over speelgoed en Boas werd onze stofzuiger. Het is een wonder dat hij nog geen haarballen kotst.

En ik voelde me falen. Op alle fronten. En schaamde me daar ontzettend voor.

En toen kwam dus de woensdag. De woensdag waarin mijn teamleider doodleuk aan mij vroeg ‘hee san, ik moet zo aan je denken, hoe is het nou met je, zo weer hier na tien maanden’. En ik mijzelf plompverloren hoorde zeggen ‘ik heb niks op orde en haat mijzelf op dezelfde manier als toen ik veertien was, ik ben verdomme zesendertig’. En toen keihard begon te huilen.

Zo. En dat was bevrijdend.

Dwars tegen mijn verwachting in maandde hij mij te gaan wandelen in een gezellig bos of op het strand en kwam die lieve collega haar boezem aanbieden. Geen van beiden vonden ze mij stom of mislukt. Er was nog een derde collega bij, die mij vandaag vertelde dat ze zo aan me had gedacht na gisteren. En plotseling had ik een dag waarin ik maar één achterlijk ding deed en zowaar best leuk uit mijn woorden kwam voor de klas. Met map onder mijn arm.

En terwijl ik vanavond meeschal met alle foute nummers die ik op mijn computer heb staan, ondertussen mijn zoveelste lessen voorbereid en gesprekken uitwerk, voel ik me rijk. En schaamteloos. Beide onbetaalbaar als je het mij vraagt.

En Boas slaapt. 



dinsdag 14 augustus 2012

Beloofd


Het nieuwe schooljaar begint bijna. Na tien schandalig lange maanden niet gewerkt te hebben, ga ik weer beginnen. En ik ben niet bang, ik ga namenlijk genieten. Niet meer verkrampt, perfectionistisch en akelig gespannen werken. Nee, ik ga lachen, vol compassie zijn, de teugels laten vieren en man, wat ga ik genieten.

Ik loop al een week of twee met dit voornemen en ik word er echt blij van. Zoals het leven werkt, word ik de minuut nadat ik dit bedacht heb keihard getest in mijn voornemen. Wat nou genieten, sukkel! Zie jij maar eerst eens de loodzware bakfiets met twee kinderen erin achteruit door de tuindeur te krijgen terwijl je, met je kop in de vijgenbladeren, vijftien spinnenwebben ophapt. Kokhalzend en scheldend scheur ik uiteindelijk met de zweetplekken in mijn lichtgrijze t-shirt op weg naar het consultatiebureau. Onderweg bedenk ik me weer dat ik wil genieten. En dat alles eigenlijk futiel is. En ik in het moment wil zijn. Het lukt. Meis zingt en Boas lacht, hij is de koning van in het moment zijn en heeft geen enkel besef van de false vaccinaties die op hem wachten.

En als we dan na Boas zijn pislinke gehuil op het terras zitten van een heel fijn koffietentje waar je je in Italie waant, maakt J stiekem een foto. Van ons geluk. Ik zie deze foto pas een halve dag later thuis, en krijg bijna een hartverzakking van de vetrollen en verkreukelde kop die ik in mijn beleving levensgroot op facebook zie. Schuimbekkend ram ik vernietigende woorden onder de foto, mijzelf en mijn slome bevallingsherstel vervloekend. Wat nou geluksmoment. Ik. Zou. Genieten. Bries ik terwijl ik de vaatwasser vol gooi. Letterlijk.

Inmiddels zit ik binnen op de bank dit stukje te schrijven met een steen in mijn maag. Ik las nog geen tien minuten geleden een afschuwelijk bericht van een vriendin waarin zij vertelt over het plotseling aan een zijden draadje hangende leven van een dierbare vriendin van haar.

Fuck alle futiele zaken. Ik. Zal. Genieten. 




woensdag 1 augustus 2012

sporten


Ik ben dus met een sportman. Een die vooral veel sport kijkt momenteel en wat minder doet, maar dat is geheim. Dus ook ik kijk nu al dagenlang naar zwemmende mensen in Londen. En het gekke is, ik vind het leuk. Ik heb echt geen idee wie wie is en waarom het goed zou zijn, of knap, als die nou juist zou winnen, maar ik word er zo lekker relaxt van. Het meest ben ik geboeid door het zogenaamde intimidatiespel van de mannelijke zwemmers voordat ze gaan beginnen. In hun te grote rare badjassen met biljart hoofden. En niet te vergeten, de travestie-achtige toestanden van de vrouwelijke zwemsters. Doodenge lijven en waarom hebben ze allemaal van dat lange touwhaar?

Ooit bediende ik Inge de Bruijn in een Grand Cafe waar ik toen werkte. Ze was heel gezellig en relaxt en man, wat had ze een piepklein spijkerbroekje aan. Kinderbilletjes leken er haast in te zitten. Dit in tegenstelling tot haar schouders. Ze bestelde eindeloos, en at het allemaal lachend op, geen enkel probleem. Vanaf dat moment was ik fan. Ik vind Inge dus cool en ook een beetje eng, ze blijft tenslotte een zwemster.

Meis is nu op een leeftijd waarop ze statistisch gezien zo’n 30 nieuwe woorden per dag leert. Ik kan daar niet zoveel mee, behalve dan dat ze dat echt lijkt te doen. Ik val van de ene verbazing in de andere. Dus sinds de Olympische Spelen regelmatig even aanstaan aan het eind van de middag, heeft Meis het over sporten. Maakt niet zo uit wat, bij voorkeur iets met glitter. Turnen doet het goed bij haar momenteel. Maar ook judo en zwemmen vind ze leuk, zelf volledig overtuigd van haar eigen talent op welk vlak dan ook. Realiteit is zo’n onzin.

Net zag ik even tussen deze regels door een vader aan het woord van een olympisch goud winnaar, een zwemmer. De vader was groot en dik en trots. Ontzettend trots. Hij bleef maar zeggen hoe lief en gezellig zijn zoon was en nu ook nog eens een gouden plak had gewonnen en ‘kijk nou, hoe mooi hij is, hij is zo mooi’! Ik was ontroerd. En kon me ineens zo goed voorstellen hoe het zou voelen als je kind iets gaat doen waar je zelf met je pet nevernooit bij zal kunnen maar wat dan bijvoorbeeld een olympisch record oplevert. Ik noem maar wat.

Voorlopig reik ik morgen maar een gouden plak uit voor wat nieuwe woorden. Of een koprol. Minstens zo trots als die vader. Die realiteit komt later wel. 



donderdag 5 juli 2012

buik



Twee borstonstekingen later zit ik blij op de fiets. Flubberende theezakjes opgehesen in een peperdure bh. Mij kan niks gebeuren. Mijn buik blubbert gezellig mee over mijn broekrand, om maar te zwijgen over mijn bovenarmen die willekeurig naar links en rechts zwaaien. Het is een wonder dat ik recht kan fietsen. 


Die buik.



Toen ik zwanger was van Boas, kwam ik eigenlijk nergens aan behalve daar. Dus toen hij geboren werd, een flinke baby bleek te zijn, en er ook nog zo’n 18 liter vruchtwater in mij bleek te hebben gezeten, was ik vol vertrouwen. Dat wordt een bikini deze zomer. De eerste dagen na de bevalling vlogen de kilo’s eraf, en net als bij Meis, leefde ik in de hormonale veronderstelling dat ik al knetterslank was. De foto’s liegen niet, ik was dat niet. Nu niet en toen niet. Mijn grijnzende kop op de foto’s dacht overduidelijk van wel.


Ik ken geen enkele vriendin die tevreden is met haar (net bevallen) lijf. Echt niet een. En dat terwijl dit stuk voor stuk echt mooie vrouwen zijn. Toch vinden ze zichzelf allemaal op minimaal één, maar heel vaak veel meer punten tekort schieten. En dan heb ik het nog niet eens over wat ze doen, want ook dat is vaak niet genoeg. We kopen cellulitis creme, staan zuchtend voor de spiegel, gaan no-way-ooit-meer-in-bikini en maken harde grappen over het niet voldoen aan het algemeen heersend westers ideaal.

Hoe kwam deze belachelijke maatstaf tot stand? De maatstaf waaraan alleen onnozele veertienjarige meisjes kunnen voldoen, met hun te lange gazellenbenen en buikjes als plankjes. Ik kap ermee. Zeg ik nu stoer. Vanavond piep ik wel anders, wanneer ik mijn kleren uit doe en de boel in zijn geheel een paar centimeter naar beneden stort.

Dus denk ik aan P, mijn vriendin die ik al 32 jaar ken. Toen de juf ooit aan haar vroeg wat zij later worden wilde, antwoordde zij vol overtuiging ‘dik’! Haar oma was dik en zij lag zo lekker bij haar op schoot. Ik kijk nog eens naar Boas, die inmiddels grijnzend op mijn schoot zit, twee warme handjes houden stevig de rol vast die over mijn spijkerbroek puilt. Hij grijnst naar mij en ik grijns terug. Zijn onderkin versus de mijnes. 

Domweg gelukkig. 



zaterdag 9 juni 2012

slikken


Van de dokter moet ik verplicht de borstvoeding afbouwen, en wel nu. Boas is zo allergisch en het wordt maar niet helemaal duidelijk waarvoor allemaal precies. Hij krijgt sinds twee dagen voeding uit een blikje op doktersrecept, wat ruikt naar karton en kattenkots. Niet dat hem dat uitmaakt, zonder probleem drinkt hij het op, twee handjes om de fles geklemd. Gek jongetje. Had ik eindelijk die sjaal onder controle, krijgen we dit. De tranen rollen ervan over mijn wangen en ik krijg ze maar niet weggerationaliseerd. Rot-hormonen.

Ik voel me falen als moeder. Stom, ik weet het, maar toch waar. Ineens heb ik een oordeel over mijzelf dat ik nu een fles-moeder ben en dat dat slecht is. Maar dat vind ik dan weer niet van de moeder-vriendinnen om mij heen die hun kindjes de fles geven. Om maar even helemaal opzij te zetten dat Meis vanaf dat ze vijf weken oud was uit de fles heeft gedronken, en ik die fles-moeder dus altijd al was. En daar niks van had. Tot eergister.  

Mijn lijf protesteert, twee Cicciolina-achtige borsten moeten leeggekolfd en die voeding moet gewoon, hopla, door de gootsteen. Ik sta erbij te slikken. En het allerstomste is, niks helpt. Taartjes eten bij een vriendin, een nieuwe haring er achteraan, knallende nagellak, mooie bloemen. Niks. Ik heb een steen in mijn maag en sinds vanochtend perst die er zich via tranen uit. Meis dept ze met een zakdoek en daardoor stromen ze nog harder.

Even doorbijten maar. En heel veel kijken naar dat kleine jongetje wat nauwelijks meer spuugt, geen verergering heeft van zijn eczeem, maar één keer wakker werd vannacht en heel blij wordt van een gele fles. Met kattenkots erin. 



donderdag 7 juni 2012

voetbal


Ik snap er niks van. Van voetbal niet en al helemaal niet van de hysterie. Echt niet. Hier thuis is inmiddels een waar chantage-slagveld uitgebroken. Ik mag de gordijnen met roze stippen ophangen als hij alle wedstrijden die hij wil zien de komende drie weken mag kijken, zonder gedoe erdoorheen. Wij indoctrineren Meis omstebeurten. ‘ Er is echt niks aan hoor, wij gaan lekker in de zandbak en ijsjes eten enzo’, tegen, ‘Meis, het wordt gaaaf, je mag heel vaak tv kijken, doen we samen, met oranje toetertjes en alles, heel leuk’.

Ik verlies keihard.

Maar ik heb een troef; Boas houdt niet van hysterisch gegil. Niet in het echt en ook niet op de tv. Ha! Hysterische aanstelligere kleuter commentatoren, gil maar lekker! Het gehuil van Boas is zo hartverscheurend, daar kan geen finale tegenop.

Ik win.