donderdag 5 april 2012

bang


Ik ben dus een bange moeder. Zo een waar ik zelf niet goed tegen kan, want ik vind ze bloedirritant. Zo een die gierend uithaalt in de auto, als bijrijder. Terwijl er niets aan de hand blijkt te zijn. Echt irritant dus.

Ik zie openingen langs de rand van ons terras waar Meis in haar geheel in zou kunnen verdwijnen en maak daar ruzie over met Jeroen. Meis maakt inmiddels grapjes waarbij ze één voet in zo’n gat laat bungelen en zegt dat ze zal vallen. Ik lach niet, zij wel. Ze heeft namenlijk een bondje met Jeroen. Jeroen die haar, toen ze net kon lopen, salto’s liet maken aan zijn handen. Gewoon, in de woonkamer. Rakelings langs de punt van de eettafel. Die haar aan één been ondersteboven door de kamer host en doet alsof hij haar laat vallen. Die haar tien meter voor zich uit laat lopen op de stoep, want ze doet ‘heus niks geks’. Meis geniet. Ik hap naar adem.

Godzijdank geniet ze ook van zitten in haar roze tentje. Met mij, en een houten kopje thee met niks erin. Geen heet water, gewoon niks. En dan blazen alsof het heet is. En van tekenen, en krijten op de muur. Van dat laatste krijgt Jeroen dan weer hartverzakkingen. Ik laat haar wild tekenen, waar ze wil, moedig haar zelfs aan. Thrillseeker die ik ben.

Gelukkig heeft ze twee ouders. Want het ergste wat ik me kan bedenken is dat zij angstig wordt door mij.

Of niet zou willen tekenen. 



woensdag 4 april 2012

tante W

Goedemorgen universum,

Jij en ik zullen het op een akkoordje moeten gooien.

Boas en Meis hebben een peetmoeder, tante W. Zij heeft een diepe kinderwens. En inmiddels wensen er een aantal mensen heel diep met haar mee. Voor haar. Want het zit niet mee zoals je weet. W is een harde werker, en heeft zich inmiddels met haar wens op duizendeneen manieren uiteen gezet, van volledig loslaten tot krampachtig vasthouden en weer terug. Op de momenten dat het past, lachen we samen om het (peet)moederschap, dat heus niet altijd lollig is. De hard confronterende spiegel en doodsangsten die horen bij moederliefde zijn niet altijd verlangenswaardig. W weet dit, en toch staat haar wens rechtovereind. En blijft ze eraan werken hoe zich ertoe te verhouden.

Het wordt tijd dit harde werk te belonen. En nou weet ik wel dat het leven zo niet in elkaar zit en dat het vooral draait om vertrouwen en loslaten, maar zeg nou zelf. De les heeft nu lang genoeg geduurd toch? 

Als we nou doen dat ik mijn restje kinderwens hierbij opgeef. En zweer op de lente dat ik altijd, echt altijd voor haar klaar sta wanneer zij dat nodig heeft. Plant jij dan dat kleine kindje in haar lieve lijf. Dan komt de rest echt wel goed.

Alvast bedankt,
Sanne



maandag 2 april 2012

poep

Meis roept uit bed iets over poep terwijl Boas naast me ligt te niezen. Mij lukt het niet om wakker te worden, maar het moet toch want het is tenslotte al 06.58 en ik ruik poep. Terwijl ik Boas een schone luier geef en in de kamer van Meis leg, zit zij stralend in bed het zoveelste boek aan stukken te scheuren. Ondertussen zingt zij een zelfverzonnen liedje over scheuren wat niet mag. Terwijl ik probeer te douchen, gilt Meis non-stop op haar allerhardst om mij. Boas houdt niet van gillen en huilt, ook non-stop en hard, tot hij moet overgeven. Het douchen duurt kort. Ik ruim de boel op, in mijn onderbroek. Ondertussen zingt Meis een liedje over de dikke buik van mama, zonder baby erin. 

Ik kleed me aan terwijl Meis hysterisch huilt en gilt dat zij ook haar pyjama uit en kleren aan wil. Wanneer ik dat met haar wil doen, huilt zij nog harder omdat ze het graag zelf wil doen. Iets wat ze nog niet kan, maar wel graag wil. Ik zet haar op ons bed, met haar kleren ernaast, Meis krijgt het voor elkaar om haar t-shirt in een wurggreep om haar nek te krijgen. Tot haar en mijn verdriet. Ook Boas huilt. Meis heeft gepoept. Kokhalzend verschoon ik haar luier. Haar poep ruikt niet meer naar borstvoeding, maar naar dierentuin en oud bloemwater.

Erna pak ik Boas op en zit direct onder de poep, hij ook. Totaan zijn nek. Terwijl ik snel besluit hem in bad te doen zie ik Meis ineens met een palmpasen broodje rondlopen. Ik weet niet of het wel eetbaar is omdat het er zo mooi uitziet, maar laat het zo, op hoop van zegen. Meis is vervolgens heel lief terwijl ik Boas in bad doe, maar uit enthousiasme verkruimelt zij haar palmpasenbroodje boven zijn wiegje. Ik smeek haar ergens anders te gaan staan, zij doet alsof ze gek is en mij niet begrijpt.

Ondertussen probeer ik met één hand de ondergepoepte doeken van de commode te grissen terwijl ik Boas’ hoofd boven water hoop te houden. Als ik hem vervolgens aankleed, huilt hij hard. Mijn hart krimpt. Hij is moe is en zit onder de uitslag – koemelkallergie - omdat ik gisteren dat broodje met feta toch wilde opeten. Ondertussen laat Meis per ongeluk de bak met duplo op de grond vallen. Dit geeft zo’n klap dat ook zij nu huilt. Ik blijf opgewekt de kinderliedjes mee zingen van de cd die opstaat voor Meis, terwijl ik het liefst in een willekeurige auto naar Parijs zou stappen.

Dan gaat de bel. Ik, in volle overtuiging dat het toch niet voor ons is, roep iets onverstaanbaars door de intercom. Het blijkt de aannemer te zijn, precies op tijd voor de afspraak die ik volledig ben vergeten. Hij komt voor de lekkage. De lekkage die begon op het moment dat de verloskundige zei dat wij naar het ziekenhuis gingen vertrekken voor de geboorte van Boas. Terwijl hij het portiek inloopt, schop ik mijn mintgroene birkenstocks uit die ik al de hele ochtend aan heb, met roze gestreepte sokken erin. Dat er dan poep op mijn wang blijkt te zitten en ook nog steeds op mijn shirt, lijkt hij doodnormaal te vinden. Terwijl ik grijnzend, het liefst huilend, een kopje koffie met hem drink, hoor ik op de achtergrond Boas in zijn wiegje. Poepen.



zondag 1 april 2012

loslaten

Toen ik zwanger was van Meis hadden J en ik allerlei vastomlijnde ideeen over hoe wij het zouden gaan doen als zij er was. We zouden haar bijvoorbeeld geen tv laten kijken tot ze twee was. Echt niet. Toen wij dit vertelden aan vrienden werden we vierkant uitgelachen. Op dat moment sterkte ons dat alleen nog maar meer in onze overtuiging. Terwijl ik dit schrijf zit Meis met Jeroen op de bank, te kijken naar De Ronde van Vlaanderen. Meis is volledig gebiologeerd door de mannen in gekleurde pakjes die echt hard gaan en mooie brillen hebben. Jeroen aait gedachteloos haar rug, hij is minstens zo gebiologeerd door dezelfde mannen.

Toen ik zwanger raakte van Boas en dik 26 weken kotsmisselijk ben geweest, heb ik me overgegeven aan de tv. Tot Meis haar grote plezier. Ze mocht elke dag sesamstraat kijken, ik vond het heerlijk, zij ook. En onze vrienden ook. Meis danst daar graag met de WII, zo ver zijn wij nog niet. Maar ik hou wijs mijn mond. Ik weet inmiddels dat principes en kinderen niet samengaan.

Meis kijkt ook graag naar een film van Hello Kitty die per ongeluk in ons huis terecht is gekomen. Grote fout. In de film zitten nare heksen die enge dingen doen met kleine kinderen. En het is nog lelijk getekend ook, wat misschien nog wel het ergste is. Onlangs heeft Jeroen de film weggegooid. Maar Meis is sinds twee weken twee en niet te dollen. Ze zoekt die film regelmatig. Helaas. Sesamstraat it is. En de Ronde van Vlaanderen. 



zaterdag 31 maart 2012

geluk

Geluk is het verlangen naar herhaling, las ik vandaag op de wc kalender. Nou in dat geval ben ik erg gelukkig. Tien weken geleden werd in het holst van de nacht zoontje Boas geboren. En er gaat geen dag voorbij dat ik daar niet aan terug denk, met een scherp gevoel van heimwee. Wat op zich dan weer apart is, want zo zalig is bevallen niet.

Waar ik dan het meest aan denk, is het licht in die ziekenhuiskamer. Ook niet het meest gezellige, zou je denken. Maar in dit geval stond het licht heel zacht. En zelfs toen hij geboren werd stond er alleen een spot op… nouja, je kan het bedenken. Daar had ik geen last van. Ik had sowieso nergens last van wat niet ging over het wegzuchten van persweeen. Daar had ik namelijk wel last van. Maar voor ik het wist, was daar een heel klein jongetje, met hele warme zachte rimpelbilletjes, die pasten in één hand. Kort erna deed hij één ondeugend oog open, zo in dat schemerlicht. Jeroen en ik grijnsden stil. En niks of niemand kon ons iets maken. Dat moment. Geluk dus. 

Inmiddels is Boas tien weken oud. En passen zijn billetjes nog wel in één hand, maar gebeurt dat nu eenmaal niet meer zo vaak. Wel heeft hij nu zeer regelmatig twee ondeugende ogen open in plaats van één. En grijnst hij met geluid. Ik dan ook. 



vrijdag 30 maart 2012

hoe het kwam


Ik zit in de zon op een van de treden van ons terras en lees een boekje. Meis zit in de zandbak, hard zingend over zand en haar negen weken oude broertje Boas. Plotseling is ze stil, ik kijk op. Meis kijkt, met haar hoofdje in haar nek, omhoog. Met open mond. Naast de zandbak zit, in de nog kale vijgenboom, een duif. Deze duif kijkt strak naar Meis en zij staart terug. Het duurt wel een paar minuten en ik kijk op mijn beurt weer ademloos naar hen. Plotseling zegt Meis opgewekt ‘dag vogel’. De duif beweegt even zijn kopje en vliegt weg. Meis vult inmiddels alweer een van haar kaplaarsjes met zand.