dinsdag 14 augustus 2012

Beloofd


Het nieuwe schooljaar begint bijna. Na tien schandalig lange maanden niet gewerkt te hebben, ga ik weer beginnen. En ik ben niet bang, ik ga namenlijk genieten. Niet meer verkrampt, perfectionistisch en akelig gespannen werken. Nee, ik ga lachen, vol compassie zijn, de teugels laten vieren en man, wat ga ik genieten.

Ik loop al een week of twee met dit voornemen en ik word er echt blij van. Zoals het leven werkt, word ik de minuut nadat ik dit bedacht heb keihard getest in mijn voornemen. Wat nou genieten, sukkel! Zie jij maar eerst eens de loodzware bakfiets met twee kinderen erin achteruit door de tuindeur te krijgen terwijl je, met je kop in de vijgenbladeren, vijftien spinnenwebben ophapt. Kokhalzend en scheldend scheur ik uiteindelijk met de zweetplekken in mijn lichtgrijze t-shirt op weg naar het consultatiebureau. Onderweg bedenk ik me weer dat ik wil genieten. En dat alles eigenlijk futiel is. En ik in het moment wil zijn. Het lukt. Meis zingt en Boas lacht, hij is de koning van in het moment zijn en heeft geen enkel besef van de false vaccinaties die op hem wachten.

En als we dan na Boas zijn pislinke gehuil op het terras zitten van een heel fijn koffietentje waar je je in Italie waant, maakt J stiekem een foto. Van ons geluk. Ik zie deze foto pas een halve dag later thuis, en krijg bijna een hartverzakking van de vetrollen en verkreukelde kop die ik in mijn beleving levensgroot op facebook zie. Schuimbekkend ram ik vernietigende woorden onder de foto, mijzelf en mijn slome bevallingsherstel vervloekend. Wat nou geluksmoment. Ik. Zou. Genieten. Bries ik terwijl ik de vaatwasser vol gooi. Letterlijk.

Inmiddels zit ik binnen op de bank dit stukje te schrijven met een steen in mijn maag. Ik las nog geen tien minuten geleden een afschuwelijk bericht van een vriendin waarin zij vertelt over het plotseling aan een zijden draadje hangende leven van een dierbare vriendin van haar.

Fuck alle futiele zaken. Ik. Zal. Genieten. 




woensdag 1 augustus 2012

sporten


Ik ben dus met een sportman. Een die vooral veel sport kijkt momenteel en wat minder doet, maar dat is geheim. Dus ook ik kijk nu al dagenlang naar zwemmende mensen in Londen. En het gekke is, ik vind het leuk. Ik heb echt geen idee wie wie is en waarom het goed zou zijn, of knap, als die nou juist zou winnen, maar ik word er zo lekker relaxt van. Het meest ben ik geboeid door het zogenaamde intimidatiespel van de mannelijke zwemmers voordat ze gaan beginnen. In hun te grote rare badjassen met biljart hoofden. En niet te vergeten, de travestie-achtige toestanden van de vrouwelijke zwemsters. Doodenge lijven en waarom hebben ze allemaal van dat lange touwhaar?

Ooit bediende ik Inge de Bruijn in een Grand Cafe waar ik toen werkte. Ze was heel gezellig en relaxt en man, wat had ze een piepklein spijkerbroekje aan. Kinderbilletjes leken er haast in te zitten. Dit in tegenstelling tot haar schouders. Ze bestelde eindeloos, en at het allemaal lachend op, geen enkel probleem. Vanaf dat moment was ik fan. Ik vind Inge dus cool en ook een beetje eng, ze blijft tenslotte een zwemster.

Meis is nu op een leeftijd waarop ze statistisch gezien zo’n 30 nieuwe woorden per dag leert. Ik kan daar niet zoveel mee, behalve dan dat ze dat echt lijkt te doen. Ik val van de ene verbazing in de andere. Dus sinds de Olympische Spelen regelmatig even aanstaan aan het eind van de middag, heeft Meis het over sporten. Maakt niet zo uit wat, bij voorkeur iets met glitter. Turnen doet het goed bij haar momenteel. Maar ook judo en zwemmen vind ze leuk, zelf volledig overtuigd van haar eigen talent op welk vlak dan ook. Realiteit is zo’n onzin.

Net zag ik even tussen deze regels door een vader aan het woord van een olympisch goud winnaar, een zwemmer. De vader was groot en dik en trots. Ontzettend trots. Hij bleef maar zeggen hoe lief en gezellig zijn zoon was en nu ook nog eens een gouden plak had gewonnen en ‘kijk nou, hoe mooi hij is, hij is zo mooi’! Ik was ontroerd. En kon me ineens zo goed voorstellen hoe het zou voelen als je kind iets gaat doen waar je zelf met je pet nevernooit bij zal kunnen maar wat dan bijvoorbeeld een olympisch record oplevert. Ik noem maar wat.

Voorlopig reik ik morgen maar een gouden plak uit voor wat nieuwe woorden. Of een koprol. Minstens zo trots als die vader. Die realiteit komt later wel. 



donderdag 5 juli 2012

buik



Twee borstonstekingen later zit ik blij op de fiets. Flubberende theezakjes opgehesen in een peperdure bh. Mij kan niks gebeuren. Mijn buik blubbert gezellig mee over mijn broekrand, om maar te zwijgen over mijn bovenarmen die willekeurig naar links en rechts zwaaien. Het is een wonder dat ik recht kan fietsen. 


Die buik.



Toen ik zwanger was van Boas, kwam ik eigenlijk nergens aan behalve daar. Dus toen hij geboren werd, een flinke baby bleek te zijn, en er ook nog zo’n 18 liter vruchtwater in mij bleek te hebben gezeten, was ik vol vertrouwen. Dat wordt een bikini deze zomer. De eerste dagen na de bevalling vlogen de kilo’s eraf, en net als bij Meis, leefde ik in de hormonale veronderstelling dat ik al knetterslank was. De foto’s liegen niet, ik was dat niet. Nu niet en toen niet. Mijn grijnzende kop op de foto’s dacht overduidelijk van wel.


Ik ken geen enkele vriendin die tevreden is met haar (net bevallen) lijf. Echt niet een. En dat terwijl dit stuk voor stuk echt mooie vrouwen zijn. Toch vinden ze zichzelf allemaal op minimaal één, maar heel vaak veel meer punten tekort schieten. En dan heb ik het nog niet eens over wat ze doen, want ook dat is vaak niet genoeg. We kopen cellulitis creme, staan zuchtend voor de spiegel, gaan no-way-ooit-meer-in-bikini en maken harde grappen over het niet voldoen aan het algemeen heersend westers ideaal.

Hoe kwam deze belachelijke maatstaf tot stand? De maatstaf waaraan alleen onnozele veertienjarige meisjes kunnen voldoen, met hun te lange gazellenbenen en buikjes als plankjes. Ik kap ermee. Zeg ik nu stoer. Vanavond piep ik wel anders, wanneer ik mijn kleren uit doe en de boel in zijn geheel een paar centimeter naar beneden stort.

Dus denk ik aan P, mijn vriendin die ik al 32 jaar ken. Toen de juf ooit aan haar vroeg wat zij later worden wilde, antwoordde zij vol overtuiging ‘dik’! Haar oma was dik en zij lag zo lekker bij haar op schoot. Ik kijk nog eens naar Boas, die inmiddels grijnzend op mijn schoot zit, twee warme handjes houden stevig de rol vast die over mijn spijkerbroek puilt. Hij grijnst naar mij en ik grijns terug. Zijn onderkin versus de mijnes. 

Domweg gelukkig. 



zaterdag 9 juni 2012

slikken


Van de dokter moet ik verplicht de borstvoeding afbouwen, en wel nu. Boas is zo allergisch en het wordt maar niet helemaal duidelijk waarvoor allemaal precies. Hij krijgt sinds twee dagen voeding uit een blikje op doktersrecept, wat ruikt naar karton en kattenkots. Niet dat hem dat uitmaakt, zonder probleem drinkt hij het op, twee handjes om de fles geklemd. Gek jongetje. Had ik eindelijk die sjaal onder controle, krijgen we dit. De tranen rollen ervan over mijn wangen en ik krijg ze maar niet weggerationaliseerd. Rot-hormonen.

Ik voel me falen als moeder. Stom, ik weet het, maar toch waar. Ineens heb ik een oordeel over mijzelf dat ik nu een fles-moeder ben en dat dat slecht is. Maar dat vind ik dan weer niet van de moeder-vriendinnen om mij heen die hun kindjes de fles geven. Om maar even helemaal opzij te zetten dat Meis vanaf dat ze vijf weken oud was uit de fles heeft gedronken, en ik die fles-moeder dus altijd al was. En daar niks van had. Tot eergister.  

Mijn lijf protesteert, twee Cicciolina-achtige borsten moeten leeggekolfd en die voeding moet gewoon, hopla, door de gootsteen. Ik sta erbij te slikken. En het allerstomste is, niks helpt. Taartjes eten bij een vriendin, een nieuwe haring er achteraan, knallende nagellak, mooie bloemen. Niks. Ik heb een steen in mijn maag en sinds vanochtend perst die er zich via tranen uit. Meis dept ze met een zakdoek en daardoor stromen ze nog harder.

Even doorbijten maar. En heel veel kijken naar dat kleine jongetje wat nauwelijks meer spuugt, geen verergering heeft van zijn eczeem, maar één keer wakker werd vannacht en heel blij wordt van een gele fles. Met kattenkots erin. 



donderdag 7 juni 2012

voetbal


Ik snap er niks van. Van voetbal niet en al helemaal niet van de hysterie. Echt niet. Hier thuis is inmiddels een waar chantage-slagveld uitgebroken. Ik mag de gordijnen met roze stippen ophangen als hij alle wedstrijden die hij wil zien de komende drie weken mag kijken, zonder gedoe erdoorheen. Wij indoctrineren Meis omstebeurten. ‘ Er is echt niks aan hoor, wij gaan lekker in de zandbak en ijsjes eten enzo’, tegen, ‘Meis, het wordt gaaaf, je mag heel vaak tv kijken, doen we samen, met oranje toetertjes en alles, heel leuk’.

Ik verlies keihard.

Maar ik heb een troef; Boas houdt niet van hysterisch gegil. Niet in het echt en ook niet op de tv. Ha! Hysterische aanstelligere kleuter commentatoren, gil maar lekker! Het gehuil van Boas is zo hartverscheurend, daar kan geen finale tegenop.

Ik win. 



zondag 13 mei 2012

soft deel twee


Allemaal harstikke leuk dat soft enzo, maar nu komt het. Ik moet weer gaan werken. Nouja werken. Één dag per week. Totaan de zomervakantie. Komt toch al gauw neer op zo’n vier dagen werken.

Niet te overzien voor mij op dit moment.

Ik zie daar zelfs een beetje tegenop, begrijp je? Het is namenlijk nogal wat he, werken. Had mij dit een half jaar geleden gezegd en ik had je keihard uitgelachen. Ik vind mijn werk namenlijk leuk. Vond. Vind. Nee echt, vind.

Man.

Dus ik ga werken. Met pubers. Op mijn werk. Ehm. Hoe moet dat ookalweer, pubers? Ik leef in een wereld van schapenvachtjes en muziekdoosjes. Van lekkere broodjes en kopjes koffie, terwijl ik kijk naar een meisje met krullen in een zandbak. Of naar een jongetje zonder haar in een wiegje. Willekeurig even fijn.

Ik ben er een beetje zenuwachtig van. Ik droom over losgeslagen klassen waar ik krijsend met opgeheven middelvingers voor sta. Piepend word ik wakker. Kan ik het nog wel? Of bevind ik me inmiddels in niemandsland tussen moeder zijn van twee kleine kinderen en docent zijn van best al wel wat grote kinderen? Ik raak ervan in de war.

En dus verplicht ik mijzelf tot denken aan de momenten van mijn werk waarop ik dacht ‘ik wil dit en niets anders’. Het door twaalfjarigen zelf georganiseerde afscheidsfeest toen ik met verlof ging om Meis te krijgen, de veel te slimme vragen tijdens de periodeles waardoor ik me ronduit achterlijk voel en de dag erna, uitgezocht en wel, toch echt een stukje slimmer. De oprechte walging van kinderen als ze ontdekten dat ze van mij vormtekenen gingen krijgen en uiteindelijk zeiden ‘ik vond het cool juf’. Het stoere maar verregende jongetje wat brak toen hij te laat de klas in kwam omdat hij echt niet tegen regen kon en ik hem moest afdrogen als een klein hondje. Stiekem meesnikkend. De stralende pubers bij hun diploma uitreiking die ik, toen ze 14 waren, mee heb gehad op kamp in de Ardennen. Het boekje met lieve teksten van kinderen toen ik plotseling vervroegd met verlof moest om Boas te gaan krijgen. Het meisje wat me per ongeluk ‘mam’ noemde in de les toen ik nog geen moeder was.

Oja.

Ik wil toch wel. 



woensdag 9 mei 2012

soft


Meis is soft. En ik vind haar lief. Bij vrienden speelt ze graag met hun drie zoontjes en hoewel ze met takjes in haar neus en haar weer binnen komt rennen, is ze ook met hen soft. En zij met haar.

Sinds ik moeder ben, ben ik zo mogelijk nog onzekerder over sommige dingen. Bijvoorbeeld over of Meis té soft is. En of we daar nou wel of niet mee aan de slag moeten. Maarja, ik ben haar moeder en zie haar natuurlijk door een roze bril. Want ze bijt ook heus wel eens van haar af. Soms. Een keertje. Vaak niet.

Ze troost Boas als ik naar haar idee niet snel genoeg ben en kust maar wat graag de vooruitgestoken kussentjes-lipjes van vriendje D. Sinds kort heeft ze een fietsje in de tuin. Daar is ze zo blij mee dat ze het er in haar slaap nog over heeft. En wanneer dan vriendinnetje Z komt spelen afgelopen maandag, mag die als eerste op haar fietsje. Ik straal. Ik weet het, het kan niet, maar ik ben openlijk lichtgevend trots. Ik vind lief zijn een van de coolste dingen die je kunt zijn.

Zelf ben ik lang niet altijd lief. Laat staan soft. Ik moet vaak hard roepen om allerlei dingen, hard werken want dat is stoer en vooral niet nutteloos rond hangen maar hard gaan. Het leven bepaalt regelmatig voor mij dat ik alsnog gewoon moet gaan zitten of, beter nog, gaan liggen. Om vervolgens dan vaak hard te huilen. Alles hard.

Sinds ruim twee jaar kent mijn leven nog een andere troef: Meis. Ik raas door, zij wandelt binnen, ik ga om. Word ter plekke een grote dweil. Wat nou mindfullness, ik puzzel me volledig zen. Kleur, krijt, plak en adem uit. Ik doe eindeloos en bovenal schaamteloos voor hoe je kunt springen en blijf er bijna in als zij dat plotseling schaterlachend doet. Ik ben volledig opgezogen in het moment. Eckhard Tolle zou trots op me zijn. Sinds drie maanden is daar Boas ook nog eens bij. Zijn trage ritme van drinken, spelen, slapen maakt dat ik zo mogelijk nog meer zen raak. En ik geniet.

En ik ben trots. Bovenal op hen en ook een beetje op mijzelf. Want dat voorbij rennen en hard gaan vind ik eerlijk gezegd geen moer meer aan.

Doe mij maar soft. Op weg naar lief.